Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

 

Hij was al dik in de zestig, maar dacht volgens mij toch dat we hem wereldberoemd zouden gaan maken. Andre Williams alias The Black Godfather. De vieze ouwe man van de garagerock. Na een halve eeuw rock & roll, in werkelijk alle opzichten, werd het tijd voor de definitieve doorbraak. Hij ontving ons, vier Nederlanders die een aflevering van VPRO’s Lola da Musica over hem gingen maken, eind juli 2000 dus allervriendelijkst in zijn woning in Chicago.

Hij was wel een beetje dronken, merkten we al snel. En zijn uitbundige gedrag contrasteerde nogal met de ingetogen houding van zijn zoon Derrick en diep-christelijke vrouw Yvonne (‘the prettiest thing I’d ever seen in my life,’ aldus haar echtgenoot, ‘thirty-some years of putting up with my bullshit‘). Andre was duidelijk het probleemkind van dit gezin. ‘Ze snappen niet waarom ik bij hem blijf,’ vertelde mevrouw Williams. ‘Maar ik geloof in de Bijbel. Als je met iemand bent getrouwd moet je bij elkaar blijven, in goede en slechte tijden.’ Een dag later vertelde Andre ons dat hij ging verhuizen naar Oostenrijk. Daar had hij een ander liefje zitten.

Deze week, ruim dertien jaar later, heb ik eindelijk de hand weten te leggen op Agile, Mobile & Hostile: A Year With Andre Williams, een documentaire die in 2008 werd gemaakt over de man die me één van de heftigste weken uit mijn arbeidszame leven bezorgde en die nog altijd optreedt. Tijdens onze trip door het hellehol van de rock & roll ging er geen uur voorbij of Andre was onderdeel van een plotseling opvlammend conflict, vertelde een hilarische dan wel zielsnijdende anekdote of had – gewoon – de dringende behoefte aan drank. Getuige hun tamelijk deprimerende documentaire denk ik dat onze Amerikaanse collega’s ook heel wat te stellen hebben gehad met Andre.

 

 

Andre komt nog wel eens langs in mijn lessen aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Ik omschrijf hem dan als een man die te ruig was voor zijn tijd (maar misschien wel te ruig is voor élke tijd). In de jaren vijftig zaten ze in het gesegregeerde Amerika natuurlijk niet te wachten op negers die liedjes zongen zoals Jailbait, over sex met minderjarige meisjes. Andre werd daarmee de verpersoonlijking van het vijandbeeld van burgerlijk Amerika: de donkere man die achter je dochter aanzit. Het was een imago dat hij gaandeweg zou gaan koesteren en exploiteren.

Mr. Rhythm, zoals hij zich vroeger noemde, begon zijn carrière in Detroit waar hij diverse talentenjachten won. Hij vond vervolgens onderdak bij het vermaarde Fortune Records en belandde uiteindelijk bij Motown. Daar stond hij, tussen het ruziemaken met eigenaar Berry Gordy door, aan de wieg van de carrière van ene Stevie Wonder. Na zijn (zoveelste) vertrek bij het soullabel bivakkeerde Williams jarenlang aan de zijde van een andere bad motherfucker, Ike Turner. ‘De drugs waren goed,’ vertelde Andre ons over die tijd. Uiteindelijk vertrok hij. Bijna dood. Andre: ‘I was in the second floor of the gutter.’

Aan het eind van de twintigste eeuw rukte hij zich los van z’n crackpijp, krabbelde uit de goot en vond aansluiting bij een nieuwe generatie garagerockers, die hem The Black Godfather dubden. Ondersteund door gerespecteerde schuinsmarcheerders zoals Jon Spencer (van zijn eigen Blues Explosion), Mick Collins (The Gories en Dirtbombs) en Jack White (The White Stripes) leverde hij een gestage stroom behoorlijke platen af en struinde het clubcircuit in Europa en eigen land af. Altijd achtervolgd door zijn eigen demonen.

 

 

Al die inspanningen hebben hem nooit bij een groot publiek gebracht. Andre is in de marge van de rock & roll blijven steken, als een onvervalst cultfiguur. De meeste mensen kennen zijn werk, zonder dat ze het zelf weten. Via één onvervalste klassieker: Shake A Tail Feather, in de film The Blues Brothers vertolkt door niemand minder Ray Charles. Andre, die het nummer natuurlijk nog altijd op zijn repertoire heeft staan, beweert dat hij er nauwelijks een cent mee heeft verdiend.

Een groot deel van de royalties voor dat nummer is volgens hem weggesluisd, bijvoorbeeld naar de vrouw van de eigenaar van de studio waar het nummer werd opgenomen. Volgens de Wikipedia-pagina van Shake A Tail Feather zijn er drie rechthebbenden voor Shake A Tailfeather: Otha Hayes, Verlie Rice en Andre zelf. Wat er waar is van zijn beweringen? Ik zou het niet durven te zeggen. Het zou best kunnen, maar het zou net zo goed een zinsbegoocheling kunnen zijn. Van een man die nét iets te vaak is besodemieterd.

Die figuur leerden wij tijdens onze trip met hem maar al te goed kennen. Tijdens ons verblijf in Los Angeles moest hij bijvoorbeeld ineens bellen. Niet veel later stond hij voor onze camera iemand de huid vol te schelden. Het bleek een medewerker te zijn van het management van Fatboy Slim, op dat moment zo’n beetje de populairste deejay van de wereld. Andre beweerde dat deze een sample van Humpin’, Bumpin’ And Thumping zou hebben gebruikt op zijn succesplaat You’ve Come A Long Way, Baby. Andre zou straks nog een keer terugbellen, meldde hij tot besluit dreigend. En daarna zou hij maatregelen nemen… (wordt hier vervolgd)

 

Advertenties